Balletjes weggooien en opvangen met een schep.
Spelen met ballonnen.
Evenwicht houden en ondertussen jongleren met sjaaltjes.
Met de springbal rond springen.
Hockey spelen.
Gooien met de bal in het net.
Klimparcours.
Springen op het reuzespringkasteel.
Fietsen.















